Onduidelijke brief van school kost man uit Weelde bijna zijn broodwinning

Een school in het Nederlandse dorp Wijchen moet haar leerlingen een brief bezorgen waarin ze duidelijk maakt dat de Belgische ijsjesventer Corné Van Oevelen (39) géén kinderlokker is. Een eerste brief veroorzaakte veel onrust: iedereen denkt –ten onrechte– dat Corné kinderen lastigvalt en hij krijgt amper nog een ijsje verkocht.

Al sinds de start van het ijsjesseizoen, midden februari, rijdt Van Oevelen elke dag met zijn ijskar van België naar het Nederlandse Wijchen. ‘Nederlanders zijn echt gek op Belgisch ijs’, vertelt Corné. De man is van Nederlandse afkomst maar woont in het Kempense Weelde.

‘De voorbije vijf jaar verkocht ik mijn zelfgemaakte ijs in Bergen-Op-Zoom en Tholen. Op vakantie vertelde iemand me dat er al tien jaar geen ijskar meer langskomt in Wijchen. Toen ik er in februari arriveerde, werd ik met open armen ontvangen.’

Na enkele weken sloeg de stemming om. ‘Eind maart merkte ik dat er minder klanten waren, en eind vorige maand zakte mijn verkoop helemaal ineen.’ Toen hij enkele Nederlanders om uitleg vroeg, bleek een brief van een schooltje de oorzaak van alle ellende.

Directrice Titia Blankstein van basisschool De Bolster gaf midden maart aan alle leerlingen een brief mee waarin ze –een beetje onhandig– waarschuwde voor een gevaarlijke kinderlokker. ‘Via ouders en kinderen hebben we vernomen dat er in Wijchen een man is gesignaleerd die achter kinderen aanrijdt. Hij rijdt in een wit busje met een bel, zoals ook de ijscoman heeft’.

Paniek in de straten

‘Ik ben dus de enige ijsjesverkoper in Wijchen, de eerste in tien jaar’, zucht Van Oevelen. ‘Als ik nu een straat in rij, zie ik hoe ouders hun kinderen in huis trekken. Ik zie de mensen naar me staren. Soms gooien ze me ook verwijten naar het hoofd. Eén keer zei iemand dat er gif in mijn ijsjes zou zitten. Ik wist niet wat ik hoorde!’

‘Financieel is het een ramp’, zegt Van Oevelen. ‘Maar ook het idee dat iedereen me als een kinderlokker ziet, is hard. Ik heb zelf een zoontje van anderhalf, ik mag er niet aan denken. En je kan je niet verdedigen tegen zulke geruchten.’

Tweede brief

Tot overmaat van ramp wilden plots ook andere scholen in Wijchen de brief verspreiden. Van Oevelen stapte naar de burgemeester en naar de politie. In samenspraak met de politie werd de brief niet meer rondgedeeld, en De Bolster moet nu een nieuwe brief verspreiden. ‘We willen eventuele ontstane zorg rond een ijscoman in Wijchen wegnemen’, staat in die brief. ‘Inmiddels is gebleken dat er geen aanwijzingen zijn dat de ijsverkoper betrokkenheid heeft bij geruchten over het lastigvallen van kinderen. (…) Met deze brief willen we laten weten dat de politie geen aanleiding ziet (…) om hem te mijden.’

In de eerste brief van maart schreef directrice Blankstein nog dat haar boodschap ook was opgesteld ‘na overleg met de politie’. ‘Dat klopt niet’, zegt politiewoordvoerster Marie-José Verkade. ‘Mogelijk was er verwarring over een melding over een gemaskerde man die kinderen achtervolgd zou hebben. Maar dat was wel tien kilometer verderop, in Nijmegen.’

Directrice Blankstein wou gisteren niet reageren.

Schadevergoeding

Van Oevelen wijkt ondertussen enkele dagen per week uit naar Bavel, 80 kilometer verderop. Hij wil een schadevergoeding van de school. ‘In februari haalde ik ondanks het koude weer nog een omzet van 200 euro. In het hoogseizoen kon dat makkelijk oplopen tot 400 euro. De afgelopen weken haalde ik dagelijks nog amper nog 15 euro binnen, en het is afwachten of de situatie nu verandert. Ik verwacht een teken van de school: me eens uitnodigen om ijsjes te scheppen op hun schoolfeest, dat zou mooi zijn.’

bron: nieuwsblad.be